| Aantekeningen |
- vermeld 1623 - 1655
Jacob ging op 16 februari 1652 een schuld aan van 390 gulden, die nog resteeerde van de koop en leverantie van een 'boeijer turfpontschip' waarvan al eerder een akte was verleden voor schout en schepenen van Uithoorn op 10 februari 1646. Cornelis Jansz Schakelaer, zijn oom, en Cornelis Hendricxsz van der Hidde, zijn broer, beide won. Woubrugge, stelden zich borg voor hem. Kennelijk kon Jacob zijn schulden niet voldoen, want zijn broer Cornelis werd op 19 augustus 1654 voor het gerecht van Esselickerwoude gedaagd als beschadigde borg om de resterende 250 gulden te voldoen. Het is tevens het laatste spoor dat we van Jacob vinden of hij moet identiek zijn met de Jacob van der Hidde, die op 3 november 1668 voor 350 gulden per jaar een huis huurde van Pieter Cremer in de Sliksteeg te Amsterdam.
|