| Aantekeningen |
- Bij de foto's:
1: Teun (1925) in 2011 bij het Tolhuis.
2: Het 'Tolhuis', Goudse Rijpad 1, met op de achtergrond de wipwatermolen 'Oude Steeckter molen' van de polder Steekt.
3: Plaquette 'Tolhuis' van de gemeente Gouda in de gevel van het Tolhuis
4: Begin van het Goudse Rijpad met het Tolhuis.
5: Reclame voor Hollandia Dai'ry in Californië
Uit De Viersprong nr. 110
Het Tolhuis, eigendom van de familie De Jong (Ria Langeveld en Paul Leeflang)
In 2007 ontving de Vereniging een e-mail van Mary Rijlaarsdam-de Jong, wonende in de Verenigde Staten (Phoenix, Arizona), over de betaling van haar contributie. Daarbij gaf zij een korte terugblik op de Alphense tijd van haar opa, Arie de Jong, van baar vader, Teun de Jong, en van haarzelf. In de zomer van 2011 verbleven Teun en zijn vrouw Hinke een aantal weken in het Tolhuis aan het Goudse Rijpad. De redactie bracht hun een bezoek en kan op grond van de beschikbare informatie nu een indruk geven van het leven van deze Alphense familie, eerst in Oudshoorn en later in Amerika.
Aan de e-mail van Mary ontlenen wij de volgende gegevens: Opa Arie de Jong werd te Koudekerk aan den Rijn aan de Lagewaard geboren op 5 mei 1901. Hij was veehouder van beroep en getrouwd met Maartje van Vliet, die op 9 maart 1903 in Aarlanderveen het levenslicht zag. De trouwdatum was 26 februari 1925. In 1927 betrokken zij de boerderij Amsterdam' in de Hooftstraat nr. 142 (waarover elders in dit nummer meer). Er kwamen in Alphen aan den Rijn twaalf kinderen ter wereld, van
wie er twee jong overleden. Na de Tweede Wereldoorlog moest de boerderij wijken voor de bouw van de Julianabrug en haar opritten. Het gezin De Jong vertrok in mei 1949 naar Californië. Teun, oudste zoon van opa en oma de Jong en geboren in 1925, ging in november 1948 vooruit om kwartier te maken.
Met drie kinderen uit zijn eerste huwelijk (Mary 1955, Arie 1956 en Thomas 1958), kwam vader Teun in september 1968 terug naar Alphen aan den Rijn en kocht het Tolhuis, Goudse Rijpad nr. 1. De naam 'Tolhuis' verwijst naar de tol die de stad Gouda in het verleden hier van passanten inde. In 1915 brandde dit tolhuis af, maar werd in hetzelfde jaar weer opgebouwd. Met haar vader en twee broertjes verbleef Mary ruim vier jaar in Alphen om hier op school te gaan. Zij schreef hierover:
In die vier jaar zat ik op de huishoudschool aan de Jongkindt Coninckstraat, Arie op de Christelijke Agrarische School achter 'Nabij' en Thomas op de Dr. De Visserschool van meester H. van Rooyen op Gouwsluis. In januari 1973 gingen we terug naar Californië. Mijn broers en ik, en onze echtgenoten, zijn melkveehouders geworden, vlakbij Phoenix in de staat Arizona. Een van mijn broers heeft inmiddels met een paar neven de melkfabriek, waarmee mijn vader in 1950 was begonnen, van onze ooms overgenomen, de Hollandia Dairy in San Marcos, Californië.
Het Tolhuis bleef eigendom van mijn vader en dient nog steeds als onze verblijfplaats als wij, familieleden
of kennissen, Nederland bezoeken. Mijn oude buurjongen Jacob (Joep) Rijlaarsdam (1955) en ik trouwden op 10 september 1976, tijdens een vakantie, in het oude raadhuis van Alphen aan den Rijn. Hij was werktuigbouwkundige en van huis uit ook veehouder. Zijn ouders waren onze buren op het Goudse Rijpad, huisnummer la. Hun boerderij stond achter de houtzagerij van Herngreen en had oorspronkelijk als adres Steekterweg nr. 37.
We genieten van jullie website en mijn vader krijgt onze 'Viersprong' als wij ermee klaar zijn. We herkennen vele namen en plekjes uit jullie blad en mijn vader weet nog heel veel van vroeger.' Tot zover Mary Rijlaarsdam-de Jong.
Zoals in de inleiding al vermeld, waren Teun (in Californië Tom) de Jong en zijn tweede vrouw Hinke Atsma (geboren in 1946) afgelopen zomer in Alphen aan den Rijn op bezoek; zij verbleven in het Tolhuis, waar wij hen op 25 juli hebben opgezocht. Hij vertelde ons dat in 1975 in stijl het vijftigjarig huwelijk van zijn ouders werd gevierd. Ter gelegenheid daarvan gaf vader Arie de Jong een interview aan het 'Dagblad van Rijn en Gouwe', waaruit verderop in dit artikel wordt geciteerd. In 2009 werd weer een week feest gevierd, nu omdat het gezin van Arie en Maartje zestig jaar in Californië verbleef. Opnieuw kwam een vliegtuiglading familie en vrienden uit Alphen aan den Rijn om de festiviteiten mee te vieren. In Amerika gaat immers alles in het groot!
Teun was eigenlijk de zakenman van de familie. Dat liet hij al blijken in de crisisjaren en tijdens de bezetting, toen hij de melkproducten van zijn vader, eieren van opoe Van Vliet en groenten van tuinder Kees de Groot aan de man bracht en langs de deur verkocht. Het daarmee verdiende geld moest na de bevrijding aan minister Lieftink worden gegeven als in de bezettingstijd onrechtmatig verworven inkomsten.
Vóór de Tweede Wereldoorlog had de tweelingzuster van vader Arie, Henriëtte (Jet), zich al met haar man. Henk Stam, op een boerderij in Californië gevestigd. Hij verdiende de kost met koeien melken en zij had kostgangers. Jet werd verliefd op een van hen, Siebren (Sam) Bruinsma. en trouwde met hem nadat zij zich van Henk Stam had laten scheiden. In 1939 kwamen Jet en Sam op bezoek in Nederland en logeerden bij broer Arie aan de Hooftstraat te Oudshoorn. Met twee kinderen en een Dodge hadden ze per schip van de Holland-Amerika lijn gereisd.
Arie was ervan overtuigd dat ook zijn toekomst in Californië lag en dat hij daar zijn grote gezin een goede toekomst kon bieden. De oorlog vertraagde zijn vertrek en de aanleg van de Julianabrug was dan ook niet de feitelijke reden dat hij ging emigreren. Begin 1949 ging vader Arie in Californië bij Teun, die vooruit was gereisd, kijken. Na twee weken had hij het al gezien: 'Wij komen ook'. In mei 1949 vertrokken vader en moeder De Jong met acht kinderen naar de Verenigde Staten, inclusief de jongste (Marrie, 1948) in de reiswieg. Teun was er al, Piet vervulde zijn dienstplicht in Indonesië en zou later volgen.
Aanvankelijk gingen Arie, Maartje en de kinderen bij tante Jet wonen. Jet had op het erf vakantiebungalows (arbeidershuisjes) staan, die het gezin van Arie in gebruik kreeg. Oom Sam zette de jongens aan het werk. Een aantal werkte voor hem op zijn nieuwe bedrijf, Poway Dairy, andere jongens gingen werken bij Hollandse (vooral Friese) boeren en alle verdiensten gingen in één pot. Er werd in die tijd hard gewerkt maar ook veel verdiend.
Ondertussen zat Arie (in Californië heette hij Ary) thuis bij zijn vrouw. Hij hunkerde ernaar weer met melkvee aan het werk te kunnen gaan. Na dertien maanden kon hij zijn eerste eigen melkveebeclrijfje kopen met twee hectare land: RatcliffDairy. De naam 'dairy' verdient enige toelichting. Het gaat hierbij niet om een melkfabriek, maar om een melkveebedrijf waar niet alleen werd gemolken, maar ook melkproducten werden bereid en verpakt voor verkoop langs de deur bij particulieren; men noemde dat 'Cash & Carry'. Later werd alleen aan scholen, bedrijfskantines, ziekenhuizen, gevangenissen e.d. in heel Zuid-Californië geleverd. De melkveebedrijven hadden maar een paar hectare grond nodig omdat het vee permanent was opgehokt in stallen en niet buiten graasde (zerograzing). Veevoer werd veelal ingekocht en de benodigde ruimte, ook op de grotere bedrijven met een paar honderd melkkoeien en jongvee, bestond slechts uit een aantal gebouwen voor de huisvesting van het vee, silo's voor de opslag van het voer en een bedrijfsgebouw voor de verwerking van de melk tot zuivelproducten.
De familie De Jong begon met 35 beesten; een jaar later waren dat er al 85 en nu heeft de familie wel 300.000 stuks melkvee en evenzoveel jongvee in bezit, verdeeld over verschillende bedrijven in Californië, Michigan, Indiana en Arizona. Het grote gezin had het voordeel dat er veel zonen, later ook kleinkinderen, waren die voor Arie, Sam of voor anderen werkten. Vader zorgde aanvankelijk voor het vee en de melkwinning en zoon Jan was verantwoordelijk voor de melkverwerking, sterilisatie, pasteurisatie, en het maken van melkproducten. Teun regelde de verkoop van de melk en van zuivelproducten onder de firmanaam Hottandia Dairy.
Vooral de Friese boeren, met relatief kleine gezinnen, ervoeren dat als bedreigende concurrentie. Dit ging zelfs zover dat zij de overheid inlichtten dat Teun de Jong zich niet had gemeld en daarom ook niet in militaire dienst was geweest. Als je namelijk in Amerika immigreerde, kreeg je een verblijfs- en werkvergunning. De jonge jongens verplichtten zich echter om hun Amerikaanse militaire dienstplicht te vervullen, maar verder kreeg je van overheidswege alle ruimte om je eigen gang te gaan. In 1953 werd Teun alsnog, 28 jaar oud, opgeroepen in Amerikaanse krijgsdienst en naar een militair geneeskundig onderdeel bij München in Duitsland gestuurd. Daar werd hij verliefd op een Duits meisje, Karin Alma Schlüter, geboren in Brandenburg op 13 april 1938. Teun kreeg in 1955 groot verlof en de volgende dag, voordat hij terugging naar Amerika, trouwde hij in München met zijn Karin. Zij volgde hem later, toen zij alle noodzakelijke documenten had verkregen, maar verliet hem ook weer, enkele maanden nadat in 1958 hun jongste kind was geboren. Zij woont nog steeds in Amerika, nu met haar vijfde echtgenoot. Teun besloot Karin al zijn spaarcenten te geven waarbij zij afstand zou doen van hun kinderen. Zo geschiedde. In Las Vegas kon Karin zonder advocaat de scheiding regelen en de gemaakte afspraken laten vastleggen. Maar wat moest Teun nu? Een huishoudster nemen of een bedrijfsleider? Hij koos voor het laatste en heeft zelf zijn kinderen verzorgd en grootgebracht. Zakenman Teun speelde in op de tekorten aan zuivel in Californië en Arizona. Arizona was een staat met weinig Hollandse boeren waar je goedkoop kon beginnen met een eigen melkveebedrijf. Aanvankelijk kon alle melk plaatselijk worden verkocht. Naast de inbreng van melk van de familiebedrijven wilde Teun melk gaan opkopen bij andere boeren. Die waren niet happig om aan hem te leveren en dus stichtte de familie De Jong nog meer melkveebedrijven met nog meer koeien. Teun kon in 1951 van mr. Herb Livers in Escondido, Californië, een landgoed met zeven hectare land kopen (Wharton Dairies & Co): een eenmansbedrijf met een melkfabriek en vrachtwagens voor het transport van de melk. De vakbonden maakten opgang; Herb Livers werd er gek van en kreeg een zenuwinzinking. Hij wilde zijn bedrijf alleen aan Teun verkopen, maar de familie De Jong had toen nog geen geld. De waarde van de zaak was $ 100.000; dit bedrag kon van de verkoper worden geleend tegen 6% rente. De naam van het bedrijf werd uiteraard gewijzigd in Hollandia Dairy. Binnen de kortste keren was de gehele schuld afbetaald en dit succes was vooral de reden dat Teun aan de FBI werd verraden om alsnog zijn dienstplicht te vervullen.
Bij de scheiding van zijn eerste vrouw in 1958 trok Teun zich terug uit Hollandia Dairy; familieleden zetten het bedrijf voort. Zelf begon hij met een nieuw bedrijf in Fresno, Californië. Na tien jaar was dat uitgegroeid tot drie boerderijen en twee Cash & Carry-centra. Teun had contact gehouden met Johan de Jong, directeur van de Christelijke Agrarische school in Alphen aan den Rijn, die ook regelmatig bij hem op bezoek kwam. De directeur verwees naar de geringe scholing die de kinderen van Arie in hun jeugd hadden genoten: alleen schrijven, lezen en rekenen op de School met de Bijbel in de Hooftstraat onder meester W.J. van den Brink, bijgenaamd Kale Mik. 'Ieder mens is het product van opvoeding en omgeving. Ga met je kinderen een paar jaar terug naar Alphen. Ik zorg dat ze op goede scholen worden geplaatst en ik koop voor jou een huis (het Tolhuis) dat in verband met de ruilverkaveling te koop staat', aldus J. de Jong. En zo geschiedde. In 1968 ging Teun, 43 jaar oud, met pensioen en cleed het bedrijf over aan zijn personeel. Hij kwam met zijn kinderen ruim vier jaar naar Alphen. Mary vertelde hier reeds over. Zo konden ze ook regelmatig oma in Hagen, Westfalen, bezoeken.
Na terugkeer in Californië werd Teun adviseur van het grote familiebedrijf. De kinderen trouwden en bouwden hun eigen melkveebedrijf op, als onderdeel van de grote familieketen. En de Friezin en boerendochter Hinke Atsma? Eenmaal per jaar
reisde ze naar Amerika en Canada om haar geëmigreerde broers en zusje te bezoeken. Voor de rest van het jaar werkte zij, als de jongste van tien kinderen, in een damesmodezaak in Sneek en verzorgde haar moeder. Tijdens die jaarlijkse bezoeken ontmoette ze ook Teun cle Jong uit Alphen aan den Rijn. Het heeft nog een aantal jaren en bezoekjes geduurd voordat zij op 18 november 1983 trouwden. Teun is nu 85 jaar oud. Zijn lijfspreuk is: 'Rijkdom zit niet in het bezit, maar om het bezit te maken.'
Boeren in Amerika
Op 27 februari 1975 schonk het 'Dagblad van Rijn en Gouwe' aandacht aan Arie en Maartje de Jong: 'Emigrantenpaar in V.S. in het Goud'. Enkele citaten: Arie cle Jong? Ja die ken ik. Zo reageren veel Alphenaren nog steeds als zij horen over boer De Jong, die in 1949 met vrouw en kinderen naar Californië vertrok en daar een rijk man werd. En zij kunnen zich deze oud-Alphenaar zo weer voor de geest halen: een blauwe kiel aan, een rode zakdoek om de nek en een uit een hoed geknipt kalotje op het hoofd. Dat was in de jaren dertig en veertig zijn "handelsmerk". Over zijn tijd op 'Amsterdam' vertelde Arie het volgende: "Vooral in de crisistijd hadden we het erg moeilijk. Ik was arm, zelfs te arm om te lachen." Nu, in 1975, is hij een geslaagd man. Presidentcommissaris van Hollandia Dairy, een melkproductiebedrijf, een melkverwerkingsbedrijf en een detailhandelsbedrijf in Escondido, Californië. Als je bij dit laatste bedrijf melkproducten koopt, staat een Hollandse boer met een molen op de verpakking en de naam Hollandia Dairy. De Hollandia Dairy heeft duizenden melkkoeien en een fabriek die de gehele omgeving voorziet van melk. Met 32 trucks worden de melkproducten aan scholen en instellingen bezorgd.
Meer dan honderd personeelsleden zorgen voor een omzet van vele miljoenen dollars.
Arie de Jong heeft na zijn emigratie met vrouw, zeven zonen en drie dochters, letterlijk een gouden toekomst bevochten. Nu (1975) is hij 74 jaar oud en laat hij veel werk aan zijn kinderen over. Teun is economisch adviseur en Piet beheert de boekhouding. Karel is directeur van de melkfabriek en Arie jr. verzorgt samen met oud-Alphenaar Rudy de Jong de public relations en distributie. Andere kinderen en kleinkinderen beheren hypermoderne melkveebedrijven met duizenden koeien. Zo mag Arie sr. zich wel de meest geslaagde immigrant van Californië noemen. Maar met al zijn succes is hij eigenlijk dezelfde gebleven. Nog steeds loopt hij met blauwe boerenkiel en rode zakdoek rond. De plaatselijke bevolking en bezoekers van zijn winkels kennen hem als "de dairyman van Hollandia Dairy".
Ondanks zijn succes en zijn rijkdom is Arie sr. niet blasé geworden. Daardoor verwierf hij zich veel vrienden. Zijn personeel draagt hem op handen. Hij staat iedereen terzijde en heeft altijd tijd voor een praatje. Veel immigranten die problemen hebben, komen hem om raad vragen. Een groepje familieleden uit Alphen vliegt dit jaar over om het gouden paar persoonlijk geluk te wensen.'
Arie de Jong overleed in 1989, 88 jaar oud, en zijn echtgenote Maartje in 1999, op 96-jarige leeftijd. Arie had een gezegde dat hij met vele mensen deelde: 'Als je geen geld hebt, ben je arm, maar als je alleen maar geld hebt, ben je nog veel armer.'
|