| Aantekeningen |
- Willem Vergunst heeft gewerkt in de pannenbakkerij van Jan Leliveld, gelegen aan de Rijndijk te Valkenburg.
Hij legt op 31 jarige leeftijd op 04-11-1742 een verklaring af dat hij op een dag in augustus aan het slop voor de pannenbakkerij zijn stik zat op te eten (het was schafttijd, 's-morgens omtrent half negen). Hij heeft toen Jan Leliveld zijn zwarte maal- of werkpaard uit de wei tegenover de pannenbakkerij zien halen en hem zien wachten, totdat zijn knecht Barend Kronemaijer (bijgenaamd "de Mol") eraan kwam. En hij heeft hem toen horen roepen: "Mol, waar blijf je soo lang, je weet dat wij nog om de vlonder gaan moeten". Ze zijn toen samen de weg opgegaan naar Valkenburg. Na de schafttijd "wederom aan het werk gaande en als doen besig zijnde esterikken (een soort vloertegel) te vormen" heeft hij na verloop van tijd weer zien terugkomen met de vlonder. Ene Willem Dedel, een jongen van 16 jaar, was daar ook aan het werk en heeft gedurende de schafttijd gezeten in de hoek waar de stromatten staan. Daarna heeft hij Willem Vergunst geholpen de gevormde stenen te drogen en te zetten.
(Bron: Crimineel Dingboek van Katwijk).
Deze verklaring maakt onderdeel uit van een hele geschiedenis, die in het genoemde Dingboek uitvoerig is opgetekend. Het verhaal begint met een verklaring van Willem Dedel op 30-10-1742, waarin hij een eerdere verklaring, die hij tegenover de schepenen van Valkenburg heeft gehouden, herroept. Wat is er namelijk gebeurd? Deze Willem Dedel heeft toen onder druk van Bartel en Goverd van Oosten via omkoperij (voor ƒ 25 en een nieuwe rok) verklaard, dat Jan Leliveld en hij samen het paard van Bartel van Oosten hebben gebruikt om een vlonder over het land te slepen en dat dat paard met de kop tussen de vier poten in een sloot is gevallen en daaraan is doodgegaan. Willem Dedel's moeder, Anna Jacobsdr. de Graaff, heeft hem echter tot berouw gebracht over deze leugens. Daarna staan nog enkele verklaringen opgetekend, waaruit blijkt dat er op de bewuste dag geen paard bij het vlonderslepen in de sloot geraakt kan zijn. Bovendien blijkt Bartel van Oosten al eerder iemand te hebben omgekocht en ook diverse paarden te hebben verloren door verwaarlozing en mishandeling.
Streekarchief Rijnlands Midden:
bron protocollen Zwammerdam 1738-1759
inventarisnummer 28
bladzijde 125v
datum 30-04-1750
inhoud Huijg Vermij, wonend te Reeuwijk, is schuldig aan Willem Vergunst, wonend onder Zevenhuizen, een bedrag van 450 gulden. Gesteld onderpand: 1 morgen 2 hond 23 roeden veenland, belend ten oosten, westen, zuiden en noorden "zelfs"; nog 2 morgen 4 hond 76 roeden veenland, belend ten zuiden de Tempeldijk en ten oosten, westen en noorden "zelfs". Geroijeerd 26-03-1753.
plaatsnaam Zwammerdam
|