| Aantekeningen |
- Iin tegenstelling tot zijn broers voelt hij weinig voor het molenaarsvak, maar is technisch aangelegd; hij leert het vak van de plaatselijke fietsenmaker te Lunteren en trekt in 1926 naar Achterberg waar hij een perceel koopt van zijn oom Job van Laar; hier vestigt hij zich als pomphouder en fietsenmaker op Cuneraweg 92; later volgt uitbreiding met een vrachauto waarmee hij vee-en vracht vervoert naar de Utrechtse veemarkt; tevens onderhoudt hij, mede als lid van de vrijwillige brandweer, de brandweerwagen van Achterberg (de zogenaamde Uiver); hij laat de zorg voor het bedrijf al vrij vroeg over aan zijn zoon Drikus en overlijdt, naar acheraf blijkt, aan een hartkwaal.
|