Antonij van Leeuwenhoek

Mannelijk 1632 - 1723  (90 jaar)



  • Naam Antonij van Leeuwenhoek 
    Roepnaam Thonis Philipsz, Antoni 
    Geboren 24 nov 1632  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Geslacht Mannelijk 
    FACT lid van de Koninklijke Cosieteit in Londen 
    FACT natuurkundig onderzoeker 
    Beroep lakenhandelaar 
    Beroep landmeter 
    Beroep stadsbode 
    Beroep wijnroeier 
    Recordnummer 67834 
    Overleden 26 aug 1723  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    • Gemeentearchief Delft:

      DTB Delft inv. 48
      Overledene Anthonij van Leeuwenhoek
      Plaats Delft
      Datum begraven 31-08-1723 (Oude kerk)
      Opmerkingen lit van de koninklijke societeijt binnen Londen

      Aangeg. impost 30 gulden.
    Aantekeningen 
    • Chronologische schets van het leven van de ontdekker van het microscopisch kleine leven en de wilsbeschikkingen van hem en zijn -kinderloos overleden- dochter. Voordat hij zou uitroepen "Lieve Godt, wat sijnde al wonderen in soo een kleyn schepsel", was er immers al heel wat aan vooraf gegaan.

      Toen Antoni vijf jaar oud was verloor hij zijn vader en in 1641 of 1642 werd hij in Warmond naar school gestuurd. Hij en zijn zuster Grietgen hebben van 1648 tot 1654 in Amsterdam bij hun oom de wollekoper Pieter Maurits Douchy op de Rozengracht gewoond. Via deze kwam hij in dienst van de Schotse groothandelaar William Davidson, eerst als hulp, later als kassier. In 1653 of 1654 ging hij terug naar Delft, trouwde en werd lakenhandelaar. Hij kocht het huis aan de westzijde van de Hippolytusbuurt van apotheker Johan Lieftingh. Dit huis, waarvoor hij 5.000 gulden moest lenen, was genaamd "Het Gouden Hoofd". Hij werd lid van het Sint-Nicolaas-gilde en betaalde in 1655 zijn "incomste". Daarna vindt men zijn gildebijdragen jaarlijks vermeld, één maal voorzien van de opmerking "wil niet betalen". Er is een aantal rekeningen bewaard gebleven waaruit blijkt dat hij onder meer in wollen stoffen, bombazijn, rode zijde, knopen en linten handelde.
      Op 26 maart 1660 werd hij Kamerbewaarder van de "Camer daar de H.H. Schout, Schepens en die van de Wet deser stadt vergaderen", terwijl hij in 1677 tot generale wijkmeester werd benoemd. In de functie van Kamerbewaarder - het best te vergelijken met die van deurwaarder - werd hij op 30 september 1676 benoemd als curator in de failliete boedel van de schilder
      Johannes Vermeer.
      De eerste natuurwetenschappelijke waarnemingen die van hem bekend zijn dateren uit het jaar 1668. Toen bracht hij een bezoek aan Engeland en in een brief uit 1674 vertelde hij dat hij materiaal uit kalkrotsen van Gravesend en Rochester nauwkeurig bekeken heeft. In 1669 legde hij het examen voor landmeter af. In 1673 begon de correspondentie met de Royal Society in Londen, die, met enkele onderbrekingen, de rest van zijn leven zal duren. In 1679 werd hij aangesteld als wijnroeier, welke post hij tot zijn dood bleef bekleden. Al met al leverden zijn ambtelijke posten hem ca. 800 gulden per jaar op en dat was ongeveer evenveel als de
      stadssecretaris verdiende.
      Bij zijn onderzoekingen ging zijn aandacht vooral uit naar de opbouw van organismen en naar de verwerkingsmechanismen van de voortplanting en de groei. Zijn belangrijkste ontdekkingen zijn de rode bloedlichaampjes 1673, de infusoria 1675 en de spermatozoïden 1677. In de loop van de jaren werden uit 116 brieven excerpten gepubliceerd in de "Philosophical Transactions" van de Royal Society, waarvan hij in 1680 tot Fellow werd gekozen.
      Als teken van verkiezing ontving hij een diploma en een zilveren doos.
      De enige andere buitenlandse onderscheiding die hem ten deel viel, was een zilveren medaille vanwege 3 hoogleraren van de Leuvense universiteit, als leden van het college "'t Wilt Swijn". In 1716 ontving hij deze onderscheiding die als opschrift droeg: "in tenui labor, at tenuis non gloria", dat is: Zijn werk ligt in het kleine, maar klein is zijn roem niet. Verschillende buitenlandse vorsten ontmoetten bij hun bezoeken aan Delft ook Antoni om zijn microscopen te bekijken, zoals de koningen Karel II en George I van Engeland, Frederik I van Pruisen en Czaar Peter de Grote.
      Op 26 augustus 1723 overleed Antoni, 90 jaar oud, op zijn sterfbed bijgestaan door dominee Petrus Gribius, predikant te Delft. De Delftse microscopist voor wie het natuuronderzoek zo tot een levenstaak was geworden, was in staat om gedurende de laatste maanden van zijn leven de ziekte waaraan hij zou sterven helder te omschrijven. Het zeldzaam voorkomende onregelmatig samentrekken van het middenrif wordt thans de ziekte van Leeuwenhoek genoemd.
      Zijn grafsteen in de Oude kerk van Delft bevat de volgende tekst:
      "tot den leezer
      Heeft elck o wandelaer alom
      Ontzagh voor hoogen ouderdom
      En wonderbare gaven
      Zoo Set Eerbiedigh hier uw stap
      Hier legt de grijse weetenschap
      In Leeuwenhoek begraven"

      Antoni Leeuwenhoek en Carel Serval kopen op 8 mei 1708 samen van de erfgenamen van Annetje Pieters van der Vis, wed. van Pieter Jans Hofland, een huis en erf aan de noordzijde van de Nieuwstraat in Delft, belend ten oosten Pieter van der Wild en ten westen genoemde Carel Serval, strekkende voor van de straat tot achter aan de huizinge, eerder toebehoord hebbende aan de weduwe van burgemeester Joost van Lodesteijn en thans toebehorend aan genoemde Antoni Leeuwenhoek.18 De koopprijs bedraagt 550 gulden, in contanten voldaan. Antoni trekt het achterste deel van het gekochte huis bij het zijne en Carel Serval doet dat met het voorste deel. De op het huis rustende rente komt ten laste van Carel Serval. Antoni wordt aangeslagen bij de verpondingen voor zeven gulden aan de oostzijde van het Oosteinde op de hoek van de Nieuwe Langendijk, "opt Oostop".
      In 1632 stond de aanslag op naam van Elias de Meij, drapier, vervolgens op naam van de wed. van Elias en daarna op die van Antoni. In het register van de verpondingen komt Antoni nogmaals voor 'In de Hypolytusbuurt westsij' voor acht gulden.
      In het huizenprotocol van 11 mei 1655 komt Antoni voor met de vermelding "Vooromme".


      Op 23 oktober 1662 benoemen Antoni en Barbara de Meij elkaar tot universeel erfgenaam. Op 11 maart 1667 toont Kamerbewaarder Antoni van Leeuwenhoek, ruim een half jaar na de dood van Barbara, aan de Weeskamer van Delft het testament waarin deze is uitgesloten. In 1671 leggen Antoni en zijn tweede vrouw Cornelia Swalmius hun huwelijkse voorwaarden in een "besloote papier" voor de notaris vast.22 Cornelia testeert vervolgens later in dat jaar, waarbij de huwelijkse voorwaarden van kracht blijven. Erfgenamen zijn haar kinderen. Indien die niet aanwezig zijn dan legateert ze 1.000 gulden aan Johannes en Adrianus Swalmius, kinderen van haar overleden broer Adrianus. Voogden zijn haar man Antoni alsmede Johan van Bleiswijck, oud-burgemeester van Delft, en mr. Johan Duijst van Voorhout, veertigraad van Delft.
      In 1712 testeert Antoni samen met zijn dochter Maria, de enige van zijn kinderen die de volwassen leeftijd heeft bereikt.24 Ze benoemen elkaar tot universeel erfgenaam. Na overlijden van de langstlevende gaan er legaten naar docter Anthony de Molijn, zoon van zuster Margareta Leeuwenhoek (obligatie van 2.500 gulden), Margareta de Molijn, diens dochter en echtgenote van Arnoldus van den Heuvel (obligatie van 1.000 gulden), Geertruijt de Molijn, eveneens een dochter van Anthony de Molijn (de rente van twee obligaties van samen 2.600 gulden à 4%), Jan Haaxman, zoon van Marija de Molijn, ook een zuster van Anthony (obligaties van 3.500 gulden), docter Anthony van Leeuwen (vruchtgebruik van obligaties van samen 5.000 gulden, staande ten laste van Rijkje van Leeuwen, huisvrouw van Jan van Leeuwen), Rijkje van Leeuwen 5.000 gulden, advocaat Adriaan Swalmius 500 gulden, Marija Strik (achternicht van Antoni Leeuwenhoek) een obligatie van 270 gulden, alsmede de dienstmaagd die bij de laatststervende zal wonen 300 gulden. Rijkje, Jan en Philips van Leeuwen krijgen ieder een "silvere schencktaljoor" en enkele andere sieraden, waaronder voor Jan "twee silvere candelaren bij den heer testateur gedaan maken met silver, dat door hem
      selfs uijt mineraal is gearbeydt". In alle overige goederen worden erfgenaam Jan en Philips van Leeuwen, kinderen van Catharina Leeuwenhoek, zuster van Antoni, die ook tot executeurs worden benoemd. Indien de langstlevende anderen tot erfgenaam in de overige goederen benoemt, dan moet aan Jan en Philips ieder 5.000 gulden worden uitgekeerd. Het huis van Antoni en Maria moet publiek in de Stadsdoelen worden verkocht. Drie conterfeytsels, "hangende in de camer boven de cas", gaan naar advocaat Adriaan Swalmius, als zijnde de naaste familie van de Uyttenbroeken. Als hij geen belangstelling voor de schilderijen heeft, moeten ze aan stukken worden gebroken en verbrand! Turf en brandhout moeten door de executeurs worden gegeven aan degenen waar het wel besteed is.
      Anthony de Molijn, Marija en Geertruijt de Molijn, noch de descendenten van Jan de Molijn mogen op de begrafenis en in het sterfhuis komen om redenen de testateurs moverende. Ook Jan Haaxman mag zich niet met het sterfhuis en de nalatenschap bemoeien.
      Het in 1719 opgestelde testament van Antoni en Maria Leeuwenhoek bevat in grote lijnen dezelfde bepalingen en erfgenamen. Jan en Jacob van Leeuwen, zoon en kleinzoon van zuster Catharina Leeuwenhoek, erven samen hetgeen na de legaten overblijft. Philips van Leeuwen is overleden in 1713; diens dochter Margaretha krijgt nu een legaat van 2.000 gulden. In 1721 testeren Antoni en Maria -handgeschreven door Antoni- voor het laatst gezamenlijk.
      De legaten blijven voor een groot deel gehandhaafd, al is het met andere bedragen. Voor 1/4 deel in het restant erven nu ieder Jan van Leeuwen met diens zoon, Catarina Philipsdr. van Leeuwen, dokter Antony Molijn en Jan Haaxman. De laatstgenoemde twee personen zijn blijkbaar weer enigszins in ere hersteld, al mag Antony nog steeds niet op de begrafenis komen! De executeurs moeten de kasten en kisten verzegelen en naar de Weeskamer brengen. Alle "vergroote glazen" moeten "in een bondel" worden verkocht na het overlijden van de langstlevende. Voorts: "Ook is ons begeerte dat men in een kist ofte koffer sal opsluyten alle de ongedrukte schriften ende brieven, bij mij Leeuwenhoek sijn geschreven, rakende mijne ontdekkinge, nevens tien gesnede koopere plaaten, behoorende tot eenige ongedrukte brieven, waarvoor men seer na vijfhondert gulden heeft betaelt alsmede de vertaling in 't Latijn, daar men een hondert ende seventig guldens voor betaalt heeft ende dat soo lange als den schelm (dit woord is later door Leeuwenhoek geschrapt) Adriaan Beman in 't leven is, ende en sullen die brieven ende die naderhand nog geschreven sijn, ook niet mogen gedrukt werden bij desselfs soon ofte nabestaande". Petra Beydals (oud-medewerkster van het Gemeentearchief Delft) veronderstelt dat onenigheid tussen Antoni en de uitgever Adriaan Beman over uitgaven van teksten van Antoni in 1718 en 1719 de reden vormt voor de markante aanval van Antoni in deze tekst.

      Maria Leeuwenhoek heeft heel wat testamenten gemaakt. Het eerste op 17 januari 1671, als zij 14 jaar oud is. Er volgen dan nog testamenten van Maria in 1672, 1674 en 1690, vervolgens de drie hierboven genoemde gemeenschappelijke testamenten met haar vader, een codicil in 1732 en dan weer twee testamenten in 1741 en 1744, waarin weinig wijzigingen zijn opgenomen ten opzichte van het gezamenlijke testament met haar vader. Maria is de boedel van haar vader blijven bezitten. In hoofdlijnen wordt de boedel als volgt verdeeld:
      Van de boedel van Antoni gaat de helft naar Margareta Cornelia Hobus, enig nagelaten dochter van Zeger Hobus en Catarina van Leeuwen, een vierde deel naar Philips de Molijn, enig overgebleven zoon van wijlen dr. Anthony du Molijn en een vierde deel naar de vier kinderen van Jan Haaxman, zoon van wijlen Maria du Molijn, genaamd Maria Haaxman, huisvrouw van Steven Bolland, Cornelis Haaxman, Adriana Haaxman en Dirck Haaxman. Van de boedel van Maria gaat de helft naar Margareta Cornelia Hobus en de andere helft naar de vier kinderen Haaxman.
      Het huis en erf aan de westzijde van de Hyppolitusbuurt wordt, in diens portie, aanbedeeld aan Dirk Haaxman; het huis aan de oostzijde van het Oosteinde, belend ten noorden de plateelbakkerij "De lampetkan" en ten zuiden Matthijs van Kampen, aan de dienstmaagd Maria van der Sprenkel. Na aftrek van de lasten en legaten blijft er uit de boedel van Antoni te verdelen een bedrag van 59.389 gulden en 4 stuivers en uit de boedel van Maria 15.289 gulden en 14 stuivers.
      Doordat Maria de boedel van haar vader is blijven bezitten en zij ook een hoge leeftijd heeft bereikt moest een aantal legaten aan descendenten van de oorspronkelijke erfgenamen worden toebedeeld. Legaten in geld uit de boedel van Antoni gaan naar: Philips de Molijn, Margaretha van den Heuvel, weduwe van Coenraad Sceperus (in plaats van Margaretha de Molijn die op 22 januari 1730 is overleden), Maria, Cornelis, Adriana en Dirck Haaxman, Margareta Cornelia Hobus (in plaats van Rijkje van Leeuwen die op 1 maart 1735 is overleden, in de plaats van de in oktober 1726 overleden Jan van Leeuwen en in de plaats van Catharina van Leeuwen die op 21 september 1737 is overleden), mr. Adriaan Swalmius, pensionaris van de stad Schiedam, Jacobus, Katharina, Cornelia en Cornelis Ketting (in plaats van Maria Strik), de dienstmaagden Josine van der Sprenkel en Judith Oosterhout, de executeurs mr. Willem van der Lely en Gerard van Assendelft en de notaris.
      Legaten uit de boedel van Maria gaan naar Philips de Molijn, de beide dienstmaagden, naar Margareta en Jacoba Sceperus (op 23 september 1776 wed. van notaris Johan Willem Bertrand), kindskinderen van Margareta de Molijn, de gewezen dienstmaagd Barbara van der Sprenkel, de executeurs alsmede de Kamer van Charitate onder conditie dat de regenten van de Kamer de grafnaald in de Oude Kerk van Delft, die Maria ter ere van haar vader had laten oprichten, te allen tijde moeten laten schoonmaken en ordentelijk onderhouden.
      Op 28 oktober 1757 verklaren de executeurs van het testament van Anthoni en Maria Leeuwenhoek inzake het erfdeel van Margareta Cornelia Hobus uit dat testament, hetwelk, gezien haar kinderloos overlijden op 26 september 1748, moest terugvloeien voor de helft naar de erfgenamen van vaders zijde en voor de helft naar die van moeders zijde, dat er zich geen erfgenamen van moederszijde (van Maria Leeuwenhoek) hebben aangemeld. Ze verzoeken de Weeskamer van Delft dat deel onder zich te houden. De afhandeling gaf problemen; er is tot voor het Hof van Holland geprocedeerd. Uiteindelijk vindt de rekening van de boedel van Maria Leeuwenhoek plaats op 23 september 1776.
      Van de microscopische nalatenschap is niet veel meer terug te vinden. Antoni heeft meer dan 500 microscopen gemaakt, het merendeel in koper, ruim een derde van zilver en enkele stuks in goud. Van minder dan 10 exemplaren is bekend waar ze zich thans bevinden. Over de veiling die op 29 mei 1747 gehouden is, is een belangwekkend artikel verschenen in het jaarboek Delfia Batavorum 1991 van de hand van dr. H.L. Houtzager.
    Persoon-ID I67834  groeneveld
    Laatst gewijzigd op 11 dec 2020 

    Vader Philips Leeuwenhoek,   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Moeder Margrietke Jacobsdr. van den Berch,   geb. ca. 1594,   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Getrouwd 30 jan 1622  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Gezins-ID F1263483109  Gezinsblad  |  Familiekaart

    Gezin 1 Barbara de Meij,   ged. 31 dec 1629, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 36 jaar) 
    Huwelijkstoestemming 11 jul 1654  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Getrouwd 29 jul 1654  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Type: civil 
    • Gemeentearchief Delft:

      DTB Delft inv. 127
      Bruidegom Anthoni Leeuwenhouck , jongeman
      Bruid Berber de Meij , jongedochter
      Plaats Delft
      Datum trouwen 29-07-1654
      Datum ondertrouw 11-07-1654
    Kinderen 
     1. Philips van Leeuwenhoek,   ged. 15 sep 1655, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 0 jaar)
     2. Maria van Leeuwenhoek,   ged. 24 sep 1656, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 88 jaar)
     3. Margarietha van Leeuwenhoek,   ged. 29 sep 1658, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 0 jaar)
     4. Philips van Leeuwenhoek,   ged. 25 jan 1663, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 0 jaar)
     5. Philips van Leeuwenhoek,   ged. 19 aug 1664, Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 1 jaar)
    Gezins-ID F1263483119  Gezinsblad  |  Familiekaart

    Gezin 2 Cornelia Swalmius,   geb. vóór 1640,   ovl. Ja, datum echter onbekend  (Leeftijd ~ 54 jaar) 
    Huwelijkstoestemming 10 jan 1671  Delft Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Getrouwd 25 jan 1671  Pijnacker Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Type: civil 
    • Gemeentearchief Delft:

      DTB Delft inv. 131
      Bruidegom Anthonij Leeuwenhoeck , weduwnaar van
      Bruid Cornelia Swalmius ,
      Plaats Delft
      Datum ondertrouw 10-01-1671


      DTB Pijnacker inv. 6
      Bruidegom Anthony Leeuwenhoeck , weduwnaar van , afkomstig uit Delft
      Bruid Cornelia Swalmius , jongedochter , afkomstig uit Delft
      Plaats Pijnacker
      Datum trouwen 25-01-1671
    Gezins-ID F1263483121  Gezinsblad  |  Familiekaart